Wat wil je worden als je later groot bent?

Het antwoord op die vraag kan in nogal ruime mate variëren blijkt hier. Zo overwegen mijn zoons ‘eierpeller’, ‘uitvinder’, ‘zeehondentrainer’, danwel ‘archeoloog’, ‘hetzelfde als papa of mama’, ‘brandweer’ en/of ‘Paw Patrol-reddingshond’ te worden… Maar hé, dat zijn nog kinderen hè, die mogen dromen.. tegen de tijd dat ze echt moeten kiezen, gaan ze vast iets verstandigers zeggen, iets waarmee ze geld kunnen verdienen en waarmee ze een beetje status vergaren. Toch?

En dan ben je groot en heb je een baan en komt vroeger of later het moment dat je je afvraagt ”Is dit alles?” En de onderhuidse kriebel die je verteld dat er meer zou kunnen zijn, dat je je leven heel anders zou inrichten als je de loterij zou winnen, wordt in de kiem gesmoord, want tja nu heb je je al vastgelegd.. aan contracten en hypotheken en partners en kinderen en ‘hoe het hoort en de rest het doet’..

Maar is dat zo? Wie zegt dat je je niet mág bedenken, het roer niet mág omgooien, gewoon omdat je denkt dat je daar gelukkiger van wordt?

Sterker nog, is dat niet juist een prachtig voorbeeld, ook naar je kinderen (indien aanwezig)? Dat je mag veranderen, uitproberen, vallen en opstaan.. want laten we eerlijk zijn, alleen op die manier leer je lopen (en fietsen trouwens ook) toch?

Mezelf stel ik die vraag de laatste tijd zo’n beetje non-stop. Wat wil ik het aller-allerliefste doen? Waar zou ik elke dag fluitend mijn bed voor uitspringen? En nu komt het: (als ik een nerd was zou ik inbouwen dat er tromgeroffel onder deze zin weerklonk ;-)) IK HEB HET!

Ik weet wat ik het allerliefste wil doen.. En ik ga het doen ook!

To be continued